Hoe we vroeger over honden dachten en wat we nu weten.

Om het verschil in trainen en opvoeden van honden vroeger en nu uit te leggen moeten we een stukje terug gaan in de tijd.

In de jaren 30 is er een onderzoek gedaan naar het gedrag van wolven. Wilde wolven, uit diverse delen van de wereld,  werden bij elkaar gezet en in gevangenschap gehouden om hun gedrag te observeren. De wolven werden met name geobserveerd in hun gedragingen naar elkaar, en om hun onderlinge hiërarchie te onderzoeken. Er was veel agressie tussen de rivaliserende wolven op de voermomenten om het aangereikte voer te bemachtigen, het recht van de sterkste gold. Dit onderzoek is de basis van de wel bekende ´dominantie theorie´. Bij deze theorie werd er vanuit gegaan dat de doelgerichtheid van het dier ten alle tijden berust op het verkrijgen van meer status en macht. Termen als: alfawolf, packleader en dominantie zijn de kern van het geheel om status en macht aan te duiden.

Vanuit de dominantie theorie werd dan ook beargumenteerd, en iedereen heeft dit vroeger ook  geleerd, dat de mens de baas moet zijn over zijn hond en dit steeds moet benadrukken. Het opvoedkundig advies was dan ook;  jij als baas gaat eerst naar binnen, jij als baas eet eerder dan de hond, commando’s moeten meteen opvolgt worden zonder beloning. Straffen werd gedaan door in het nekvel te pakken en te schudden, of op zijn rug te leggen en over hem heen te buigen. Als een hond deed uitvallen naar een andere hond op straat, werd dit gezien als onvoldoende “de baas zijn” over je hond. Er werd totaal geen rekening gehouden met wat voor de hond op dat moment de reden van het getoonde gedrag zou kunnen zijn, een hond die agressie vertoonde was dominant!

Deze dominantie theorie is (helaas) nog steeds voor veel hondeneigenaren en hondentrainers de basis voor het opvoeden en trainen van hun hond. Terwijl de wetenschap al vele jaren weet dat het eigenlijk heel anders in elkaar zit. Het onderzoek in de jaren dertig, zoals hierboven beschreven, niet juist uitgevoerd. Er zijn onjuiste conclusies getrokken over de rangorde en status bij wolven.. en dus ook voor onze huishond.  Ook het woord dominantie heeft een andere betekenis gekregen, dominantie wordt vaak vertaald als agressief zijn, maar eigenlijk geeft dominantie een relatie weer tussen twee of meerdere individuen.

Honden zijn weliswaar gedomesticeerde wolven (een evolutie proces waarbij het ras zich aanpast aan de mens), maar kunnen niet meer als wolf aangemerkt worden. Het domesticatie proces veranderd niet alleen het uiterlijk maar ook het gedrag  van betreffend dier.

Uiterlijke kernmerken die veranderen dat zie je bij honden duidelijk terug aan bijvoorbeeld: de hangende oren, verschillen in formaat, vorm van schedel en diversiteit in type en kleuren van de vacht. Gedragsmatig is dit bij honden goed terug te zien bijvoorbeeld bij het achterpoot vegen. Honden vegen vaak, nadat ze hun behoeften hebben gedaan, met de achterpoten gras of zand los. Dit is bij de wolven heel specifiek gericht gedrag; het afdekken van de ontlasting zorgt ervoor dat omgevingsinvloeden zoals regen en wind de geur van de ontlasting minder snel doet laten verdwijnen, o.a. wordt op deze wijze de  territoriumgrens afgebakend. Bij honden is dit gedrag niet meer functioneel, en het zegt ook niets over de status van de hond. Door mensen wordt het vaak wel gekenmerkt als “de hond is dominant“. Jammer, want het is gewoon (oer)gedrag. Het zit nog  wel in het genenpakket van de hond waardoor het achterpoot vegen instinctief nog wel wordt vertoond, maar geen functie meer heeft. Bij wolven wordt de ontlasting gericht bedekt, bij honden is het alleen lukraak met de achterpoten vegen, soms meters ver van de ontlasting vandaan.

In het domesticatie proces is de hond ook gericht geraakt op de mens, ze zijn zelfs afhankelijk geworden van de mens. De samenwerking tussen mens en hond is door de afgelopen duizenden jaren steeds verder geïntensiveerd. Sommige hondenrassen zijn door de mens zo gefokt dat zij op aanwijzingen bepaalde taken van en voor de mens kunnen uitvoeren. Denk hierbij aan het lokaliseren van prooien en het ophalen van geschoten wild of het bewaken van kuddes tegen roofdieren. De hond is afhankelijk van de mens geworden in plaats van dat hij de baas wil zijn over de mens.

De mens ziet vaak dat straffen het gedrag van de hond snel kan doen veranderen, daarom blijven de onwaarheden achter de dominantie theorie zo hardnekkig in de samenleving bestaan. Het is door de jaren heen vaker wetenschappelijk bewezen dat honden die een beloning krijgen voor bepaald gedrag, dit gedrag sneller zullen herhalen. Door goed gedrag te belonen, voorkom je feitelijk dat hij verkeerd gedrag gaat laten zien.

Door een pijnprikkel toe te dienen op niet wenselijk gedrag gaat de hond dit gedrag ontwijken/ niet meer uitvoeren, hij wil die pijn voorkomen. Dus is straffen effectief? Ja zeker, dit kan zeer effectief werken als het op de juiste wijze uitgevoerd wordt. Humaan om je hond pijn te doen? Nee, zeker niet! We weten nu dat als we de hond belonen voor goed gedrag hij vaker voor dit gedrag zal kiezen en met meer plezier dit gedrag zal laten zien aan en voor zijn baas, ook vanuit zichzelf.

Daarnaast zal de hond,  iedere keer als hij een pijnprikkel toegediend krijgt, dit ergens aan koppelen, een associatie maken. Dit gebeurd om te voorkomen dat hij nogmaals in die situatie terecht komt. De kans is groot dat de hond, de pijnprikkel die hij krijgt, koppelt aan degene die de pijnprikkels toedient; zijn baas. Dus iedere ruk aan de lijn, duw op zijn kontje, graai in zijn nekvel etc. zijn dan ook erg schadelijk voor de band tussen baas en hond. Want waarom luistert de hond eigenlijk; om pijn of druk te vermijden, of  om zijn baas te plezieren. Beter is het dus om de hond, op een fijne manier, te leren welke gedrag wij willen zien van hem i.p.v. gedrag dat wij niet wenselijk vinden af te straffen.

Hoe vertaald zich dit nu in de praktijk? Ik wil als voorbeeld het aanleren van het commando “zit” nemen.

Je drukt de hond op zijn kontje (dwang) waardoor hij gaat zitten en dan zeg je snel “zit”, en geef de hond een koekje.  Of je trekt de riem loodrecht omhoog, er ontstaat een onaangenamen druk op de nek  waardoor hij gaat zitten (dwang) je zegt “zit” en geeft de hond een koekje.

Dit lijken twee juiste manieren, want de hond krijgt een beloning voor het juiste gedrag, maar je gebruikt hierbij nog steeds dwang  (druk op zijn kontje en nek), je verzacht die dwang door hem te belonen met een koekje,  maar in beide gevallen laat de hond gedrag zien om de vervelende prikkel die jij toedient te vermijden.

Het is ook mogelijk om met een koekje de hond als het ware te lokken in de juiste positie, de hond krijgt hierbij een keuze; hij kan gaan zitten en hij krijgt een koekje of, hij gaat niet zitten en krijgt dan dus ook geen koekje. Hierbij is het voor de hond veel prettiger om het commando “zit” te leren, het levert hem namelijk iets op, een koekje. Hij hoeft niets vervelends te ontwijken of te voorkomen en zal daarom dus sneller geneigd zijn om te gaan zitten op het commando “zit”. De hond beleefd er zelfs plezier aan, hij krijgt immers een lekker koekje als beloning.

Gelukkig hanteren de hondentrainingen van vandaag  steeds meer deze strategie, de hond belonen voor het goed uitvoeren van de opdracht. En dat mag toch ook wel, Ik ben ook nog nooit voor een baas gaan werken zonder betaald te krijgen. . . . . .

Het is naast het trainen van de hond ook belangrijk om hem op te voeden. Het jonge stadium van de hond, zijn puppytijd en puberteit, gebruiken wij in eerste instantie om hem te laten wennen aan onze maatschappij. We willen hem leren welke regels hij moet naleven in huis en buitenshuis, en hoe hij moet omgaan met andere honden en diersoorten, of te wel het socialiseren.

Als we naar het opvoeden van onze kinderen kijken, zien we door de jaren heen ook een significante  ontwikkeling. Vroeger dachten we ook dat ongewenst gedrag van ons kind gestraft moest worden met alle gevolgen van dien. Tegenwoordig weten we ook dat we beter goed gedrag kunnen stimuleren, zodat het kind geen reden heeft om ongewenst gedrag te laten zien en daarbij gelukkiger en onbezorgder kan opgroeien en beter van zijn capaciteiten gebruik kan maken. Dit werkt ook zo bij honden.

Het is achterhaald dat een goed getrainde hond automatisch ook een fijne huishond is. Wel is het zo dat wat de hond leert in de trainingen natuurlijk ook in de opvoeding en dagelijks leven terug te zien is. Denk aan netjes zitten voordat we de straat over steken , of wachten tot je de voerbak op de grond zet. Het opvoeden van een hond houdt ook in dat de hond geleerd moet worden welk gedrag hij dient in te zetten in welke situatie. Huisregels, een vaste dagelijkse structuur en rust zijn belangrijk, zou je een hond de hele dag zijn gang laten gaan dan resulteert dit in een hele drukke ongecontroleerde hond die nooit zijn rust pakt.
Wist je dat volwassen honden rond de 16 uur slaap per etmaal nodig hebben. . . . . . .   ?